Onze geschiedenis

Niet alle protestanten horen het graag, maar de wortels van de protestantse kerken liggen in de Rooms-Katholieke Kerk. De Protestantse Gemeente te Zuidland vormt daarop geen uitzondering. Haar geschiedenis gaat zeker terug tot de vijftiende eeuw, toen in het dorp de rooms-katholieke Bartholomeüskerk (nu: Dorpskerk) werd gebouwd.

Reformatie

In de zestiende eeuw kreeg de Reformatie Zuidland in haar greep. De parochie werd een protestantse gemeente, maar dat ging niet zonder slag of stoot. Aanvankelijk belandden enkele Zuidlanders zelfs als ketter op de brandstapel. Later, aan het eind van de negentiende eeuw, was er landelijk rumoer binnen wat op dat moment de Nederlandse Hervormde Kerk heette. Velen vonden dat de kerk te gematigd geworden was. Zij noemden zich ‘gereformeerden’, scheidden zich af en stichtten eigen kerkgemeenten. Dat gebeurde ook in Zuidland; naast de Hervormde Gemeente werd een Gereformeerde Kerk gesticht.

Toenadering eind twintigste eeuw

Eind twintigste eeuw kwam er steeds meer toenadering tussen beide kerkgemeenten, via het Samen op Weg proces. Landelijk leidde dit proces tot de vorming van de Protestantse Kerk in Nederland, waar behalve hervormden en gereformeerden ook lutheranen in opgingen. In Zuidland ging het allemaal iets trager. Maar op 1 januari 2008 kwam het dan toch tot een federatie, met de oprichting van de Protestantse Gemeente in wording te Zuidland. Het kerkgebouw van de Hervormde Gemeente heet sindsdien de Dorpskerk, het gebouw van de Gereformeerde Kerk de Welkomkerk.

1 januari 2013: één gemeente

Vijf jaar na de federatie bereikte het samengaan zijn hoogtepunt. Op 1 januari 2013 gingen beide kerkgemeenten definitief op in de Protestantse Gemeente te Zuidland.

  • Het kerkgebouw van (voorheen) de Hervormde Gemeente, de huidige Dorpskerk, dateert uit de eerste helft van de vijftiende eeuw. De toren is omstreeks 1470 gebouwd. Kort daarop verrees, parallel aan het bestaande gebouw, een tweede beuk. In de zuidelijke muur werden daartoe ronde gewelven uitgehakt. De bevolking sprak indertijd van ‘de oude’ en ‘de nieuwe’ kerk, al vormden beide delen één geheel.

    Gewijd aan een heilige

    Net als overal in de Nederlanden was alles in Zuidland in die tijd rooms-katholiek. Kerk en toren waren dan ook gewijd aan een heilige, Sint Bartholomeus. De inrichting was ook helemaal afgestemd op de roomse eredienst, met brede gangpaden dwars door de kerk, bedoeld voor ceremoniële rondgangen.

    In 1486 kreeg de toren een bel, met het opschrift:

    Berttelemeus is mijn naem,
    Mijn geluidt sy Gode bequaem,
    Al so verre men my hooren sal
    Wil God bewaren overal.
    Wouter Kaerwas maakte mij in ’t Jaar
    MCCCCLXXXVI.

    Uurwerk in 1759

    In 1759 kreeg de toren ook een uurwerk, met vier vergulde wijzerborden. Toen in 1918 kerk en toren door brand verwoest werden, smolt ook de eeuwenoude bel. Een jaar later werd in de gerestaureerde toren een nieuwe bel gehangen. Deze kreeg hetzelfde opschrift als de oude bel, met een toevoeging:

    Ik smolt door brand van 23 op 24 Juni 1918.
    Arie Heers van Bergen herschiep mij in 1919.

    Kerkvolk vermanen

    Terug naar de tijd dat alles nog rooms-katholiek was in het dorp. Daar zou verandering in komen. Al in 1523 was het nodig het Zuidlandse kerkvolk te vermanen via allerlei regeltjes over hoe men zich diende te gedragen in de kerk, op het kerkhof, tijdens begrafenissen, tijdens processies en voorafgaand aan de mis. Die regels (met bijbehorende straffen) waren blijkbaar nodig omdat de dorpelingen het niet zo nauw meer namen met hun geloof. In ‘Zuidland, dorp uit het niet’ (1948) beschrijft S. de Hoog dat er al geruime tijd sprake was van ‘een roering en wrijving van gedachten’ omtrent de noodzakelijkheid of verplichting tot vasten en de viering van de heilige dagen. “Velen bestreden de heiligheid der Sacramenten en verzuimden de plichten, die een geloovig Katholiek nooit nalaten zal.”

    Luthers stellingen

    Een paar jaar eerder, op 31 oktober 1517, was het allemaal begonnen. In het Duitse Wittenberg maakte Maarten Luther op die dag in 95 stellingen bekend hoe hij de kerk wilde hervormen. Via de vele handelscontacten werden de ideeën van Luther heel snel in de Lage Landen bekend. De man die de nieuwe leer in Zuidland bracht, dat toen nog ‘Westenryk’ heette, was Willem Giele. Giele (of Michielsz) voer als beurtschipper tussen Delft en Gent en had in elke aanlegplaats vrienden en kennissen, aan wie hij de opvattingen van Luther verkondigde. Zo kwam de nieuwe leer dus ook in Zuidland, dat via de toen nog goed bevaarbare Bernisse een haven had.

    Steeds meer aanhang

    Hoewel heimelijk, kreeg de ketterse leer in het dorp steeds meer aanhang. Op 18 april 1529, tijdens een processie door het dorp, barstte de bom. Catelijne Bouwens, die volgens de overlevering in een huis op de Ring woonde (nu Ring 17), en Lijbe Leips weigerden te buigen voor de monstrans, de gouden of zilveren houder met hostie waaraan iedereen eerbied moest betonen. De pastoor vermaande de twee vrouwen en dwong hen te buigen. Zij bleven weigeren, wat leidde tot rumoer en hevige discussies onder de processiegangers. Ook een zekere Adriaen Cram veroorloofde zich ‘de grouwzaemste ketterijen’. Cram en de twee vrouwen werden daarna opgepakt en door de Inquisitie in Den Haag gehoord. In oktober werden zij gevonnist. Catelijne Bouwens volhardde in haar ‘dwalingen’ en werd veroordeeld tot de brandstapel. Adriaen Cram kreeg voor straf een gloeiende priem door zijn tong. Zo moest hij er levenslang aan herinnerd worden dat het niet aan de mens is om te zeggen wat hij denkt. Lijbe Leips toonde berouw en kreeg een relatief milde straf. Zij werd veroordeeld tot levenslange boetedoening; dat betekende dat zij haar leven lang moest vasten en bidden.

    Nog meer slachtoffers

    De schrik zat er goed in bij de dorpelingen. Toch vielen daarna nog meer slachtoffers. Bovendien vond ook een andere protestantse richting aanhangers in het dorp: de doopsgezinden of Mennonieten. Zij ‘kerkten’ in de woning van een van hen en ook zij werden vervolgd. Zo werd een onbekend gebleven Westenrijkse (Zuidlandse) vrouw, een volgelinge van Menno Simonszoon, in 1538 naar Den Haag gebracht, gevonnist en verbrand. 21 jaar later, op 19 november 1559, werden Jan Jansz. Brant en zijn zwangere vrouw Weintje Claesdr. beschuldigd van ketterij. Zij werden gevangen genomen door baljuw (bestuurder) Willem van Drenkwaard en weggevoerd naar de kerker in het Slot van Geervliet. Beiden werden veroordeeld tot de dood door verdrinking. Jan Jansz. Brant werd op 29 december van dat jaar in een zak gestopt en in de slotgracht van het kasteel van Geervliet gesmeten. De zak scheurde echter, waarop Brant de kant probeerde te bereiken. Spoedig kwam een beulsknecht met een lange stok die Brant net zolang sloeg en onder water duwde, dat de man toch verdronk. De aanwezige menigte, vooral Westenrijkers (Zuidlanders), liet zijn afkeuring luidruchtig blijken, maar het hielp niets.

    Verdronken

    De zwangere vrouw van Brant, Weintje Claesdr., zat op dat moment nog in de kelder van het kasteel opgesloten. Zij moest na de bevalling hetzelfde lot ondergaan. De baljuw voelde er echter weinig voor de ontstane onrust onder de bevolking nog meer aan te wakkeren. Ze bedachten dat Weintje Claesdr. een inwoner van Westenrijk (Zuidland) was en dat ze dus daar haar straf moest ondergaan. De vrouw beviel midden januari 1560 van een kind. Even ten noorden van het dorp was een diepe put, ontstaan door een doorbraak van de Gooidijk, die toen nog de brede Bornisse of Wiedele begrensde. In die put werd Weintje, in een nacht aan het einde van de maand, verdronken. Sindsdien heette die poel ‘de Onzalige’, later verbasterd tot ‘den Ozaal’. Waar haar kindje, een jongen of een meisje, gebleven is, is niet bekend.

    Niet in de pas

    Zuidland (of Westenryk) wilde maar niet in de pas lopen en dus werd het dorp onder speciaal toezicht van de Inquisitie geplaatst. Dat betekende dat een toezichthouder van de kerkelijke rechtbank zitting kreeg in het dorpsbestuur. Toch was de nieuwe leer niet tegen te houden. Zelfs de geestelijkheid in het dorp bleek bevattelijk. Pastoor Marcus Overwaart dreigde in 1553, dus nog voor de verdrinking van Jan Jansz. Brant en Weintje Claesdr., publiekelijk terechtgesteld te worden, omdat hij verdacht werd van het verkondigen van Luthers gedachtegoed. Op het laatste moment herriep hij zijn denkbeelden, waarna hem het leven werd geschonken.
    In de decennia daarna lijkt de parochie langzamerhand tot het protestantisme te zijn overgegaan. Hoe dat precies is gegaan, is niet bekend.

    Zuiverder leer

    In de negentiende eeuw ontstond onder het Zuidlandse kerkvolk wederom rumoer. Landelijk werd de Nederlandse Hervormde Kerk steeds meer onder toezicht van de staat gebracht, wat haar van haar elan beroofde. Lokaal kreeg Zuidland in 1835 een gematigde predikant die in de ogen van de kerkgangers veel te weinig op had met de orthodoxe traditie. Deze predikant, Eduard Jacob van Spankeren, ‘stond’ maar liefst 45 jaar in Zuidland. Een groot deel van de gemeente snakte naar een zuiverder verkondiging van de ware leer.

    Afscheiding

    Daarom werden in de lente van 1886, zoals overal in Nederland, in een schuur bijeenkomsten gehouden, geleid door evangelisten van de ‘Nederlandsche Vereeniging van Vrienden der Waarheid tot handhaving van de leer en de rechten der Gereformeerde Kerk’. De evangelisten staakten hun werk echter toen in mei van dat jaar dominee Jacob Bajema werd bevestigd. Bajema was een man naar het hart van de meeste gemeenteleden. “Hij wekte de leden der gemeente, die op de hoeken der straaten en wegen hun tijd misbruikten met allerlei ijdel gepraat, op, om met hem mede te gaan naar de prediking van ’s Heeren Woord”, schrijft S. de Hoog. “En niemand weigerde dit. Daarbij was hij een vurig voorstander van de gereformeerde leer en kon geweldig toornen tegen de ‘goddelooze Synode’ met heel dien reglementenbundel.”

    Kerkscheuring

    Het was dus niet verwonderlijk dat Bajema in 1887, toen er landelijk een kerkscheuring ontstond, zijn kerkenraad voorstelde te breken met de synode en als gereformeerde kerk verder te gaan. Uiteindelijk ging het precies andersom. Overal in Nederland, en dus ook in Zuidland, werden de ‘dolerenden’ uit de kerk gestoten. Een rechterlijk besluit lag daaraan ten grondslag. De nieuwe gemeente kerkte eerst in een lokaal van de bewaarschool op de Ring (nu: hotel-restaurant Blessing), later in een lokaal van de christelijke school en weer later in een vlasschuur. In 1889 namen de gereformeerden een nieuw kerkgebouw in gebruik, aan de Verlorenkost, waar nu drie woningen staan.

    Samen op Weg

    De verschillen tussen de gereformeerden en hervormden bleven lange tijd groot, maar in de afgelopen decennia zijn ze verwaterd. Beide kerkgemeenten gingen ‘Samen op Weg’. Landelijk leidde dit in 2004 tot de vorming van de Protestantse Kerk in Nederland, waarin ook de lutherse kerken opgingen. In Zuidland ging het iets trager, maar op 1 januari 2008 gingen beide kerkgemeenten, via de vorming van de Protestantse Gemeente in wording te Zuidland, dan toch een federatie aan.

    Brand door blikseminslag

    Op 23 juni 1918 waren er nog geheel andere zorgen. Op die dag ging het kerkgebouw van de Hervormde Gemeente verloren door brand als gevolg van blikseminslag. Gered werden enkele stoelen, de nieuwe kerkbijbels (aangeschaft in 1915), de lezenaar van de preekstoel en van de voorlezer met twee koperen gedraaide kaarsenstandaards en de geelkoperen (messing) doopbekkenhouder. Het zilveren doopbekken, evenals het zilveren avondmaalsgerij, lagen ergens anders opgeborgen en gingen evenmin verloren. Dat gold ook voor de oude Statenbijbel van Jacob en Pieter Keur uit 1730, die op de kansel lag. Deze bijbel werd op het laatste ogenblik door ds. B.C. Koolhaas gered, waarbij hij zijn voet verstuikte. Onder leiding van H. van der Kloot Meijburg werd het gebouw gerestaureerd.

    Grafstenen

    Dat gold niet voor de zerken die de vloer van de kerk sierden. Die werden kapotgeslagen. Desondanks is er veel informatie over de graven en grafstenen bewaard gebleven. Die informatie is na te lezen in een apart document dat archivaris Bas Molengraaf heeft samengesteld. Gebaseerd op het boek ‘Grepen uit de geschiedenis van Zuidland’ van Johannes van Toledo (uit 1928), staan daarin talrijke wetenswaardigheden over de begrafenisgewoonten, de grafstenen en natuurlijk de mensen die in en rondom de kerk begraven werden. Aan dit gebruik, begraven in en rondom de kerk, kwam in 1828 op last van de regering een einde.

    Gedeeltelijke reconstructie

    Doordat alleen nog een gedeelte van de muren was blijven staan, werd de kerk eigenlijk opnieuw opgetrokken. Daarbij werd slechts een gedeeltelijke reconstructie vergeleken met de situatie van voor de brand nagestreefd. De zuiderzijbeuk werd hierbij niet gehandhaafd. Van der Kloot Meijburg was ook betrokken bij de restauraties van de kerkgebouwen in Oudenhoorn, Heenvliet en Spijkenisse.
    De kerk, kerkenkamer en het orgel waren voor een te laag bedrag verzekerd, waardoor voor de herbouw een hypotheek moest worden afgesloten. Deze werd later afgelost door de landerijen van de kerk publiek te verkopen.

    Interessante documenten

    Meer informatie over de geschiedenis van de Dorpskerk staat beschreven in onderstaande documenten, geschreven en/of samengesteld door archivaris Bas Molengraaf. Het gaat om documenten over begraven en grafstenen, over doopvonten en over orgels.

     

    Voor bovenstaand verhaal werd dankbaar gebruikt gemaakt van het boek ‘Zuidland, dorp uit het niet’ van S. de Hoog (1948). De foto’s zijn afkomstig van mevr. J.E. Quak en de Historische Vereniging Zuytlant. Archivaris Bas Molengraaf vulde het verhaal op een aantal punten aan en kwam met waardevolle correcties.

    Informatie
    • Archivarissen
  • Op 14 februari 1887 ontstond de Gereformeerde Kerk van Zuidland, onder leiding van ds. J.J. Bajema. De kerkenraad besloot op die datum tot ‘afwerping van het Synodale juk en tot het handhaven van de kerkenordening van 1618/1619 in plaats van de Reglementen van 1816’. Het overgrote deel van de gemeenteleden stemde in met het besluit van de kerkenraad.

    Diensten in de school

    Dit besluit leidde tot een felle strijd om het gebruik van de kerk. De strijd werd uiteindelijk voor de rechtbank gestreden en gewonnen door het deel van de gemeenteleden dat niet mee wilde gaan met de ‘Doleantie’. Het gevolg was dat de dolerenden zelf moesten zorgen voor een eigen kerkgebouw. Aanvankelijk kerkten de gereformeerden in de christelijke school, die toen in het pand van Café Velgersdijk aan de Ring was gevestigd.

    Nieuw kerkgebouw

    Op 11 april 1889 vond de aanbesteding voor het nieuwe kerkgebouw plaats. De laagste inschrijving bedroeg 6.394 gulden. Voor dit bedrag werd het werk gegund aan de volgende aannemers:

    • J. Oprel Jz., metselaar;
    • A. Quak, D. v.d. Bie en J. van Sintmaartensdijk, timmerlieden;
    • A. Kans, smidswerk;
    • J. van Trigt, verfwerk.

    Financiering

    Het geld voor de bouw werd gevonden door het plaatsen van zeventig aandelen van 100 gulden, tegen een rente van vier procent. Het terrein, ‘gelegen langs den Dorpsstraat en de Huisarmenboomgaard-wetering’, werd welwillend afgestaan door L. de Hoog Mzn. Van dit terrein, ook wel ‘de Oude Werf langs de straat De Barakken’ genoemd, kon ‘in alle opzichten prachtig gelegen’ worden genoemd. Op een stuk grond naast het terrein van de kerk stond de grote vlasschuur van L. de Hoog Mzn., ongeveer op de plaats waar later het Verenigingsgebouw stond. Op 24 mei 1889 werd de eerste steen gelegd en met de bouw begonnen. Voordat de kerk klaar was, hebben de dolerenden elf weken van de vlasschuur gebruik gemaakt.

    Eigen stoelen mee

    Op 28 juli 1889 werd het nieuwe kerkgebouw in gebruik genomen. Banken stonden er nog niet in, ieder moest zijn eigen stoel meebrengen. De kerk werd definitief in gebruik genomen op 18 oktober 1889.

    De ‘oude’ pastorie

    De dolerenden hadden niet alleen een kerk nodig, maar ook een pastorie. In de beginjaren werd van Maria van der Meer-Huizer aan de Steenenweg (Raadhuisstraat) een woning voor dat doel gehuurd. De huur liep tot 1 mei 1892 en dus moest er een andere oplossing komen. Op 15 december 1892 vond de aanbesteding plaats van een nieuwe pastorie. Deze werd tegen de kerk aangebouwd. De inschrijving was als volgt:

    • Metselwerk door gebroeders Velthuizen voor 2.400 gulden;
    • Timmerwerk door D. v.d. Bie voor 1.984 gulden;
    • Schilderwerk door J. van Trigt voor 368 gulden;
    • Loodgieterswerk door J. Blanc voor 170 gulden;
    • Smidswerk door A. Kans voor 95 gulden;

    Het totaalbedrag kwam daarmee op 5.017 gulden. Architect en opzichter was W. van Driel Hzn.
    De pastorie werd gefinancierd door het vergroten van het aandelenpakket van zeventig naar 85 aandelen van 100 gulden, met daarnaast een hypotheek van 2.000 gulden (rente: vier procent).

    Uitbreiding nodig

    De kerk groeide in ledental en daardoor werd het kerkgebouw te klein. Door middel van het bijbouwen van galerijen werd het ruimteprobleem opgelost. Ook na de Tweede Wereldoorlog werd er nog een galerij bijgebouwd. En vóór de oorlog, in 1928, was het kerkgebouw ook al vergroot, met ongeveer 100 zitplaatsen en een afzonderlijke kerkenraadskamer. Uiteindelijk was het allemaal niet genoeg. Er moest een nieuwe kerk komen. En die kwam er. Na de ingebruikname daarvan werden het oude gebouw en de pastorie aan de Verlorenkost gesloopt. Dat gebeurde in 1966. Op die plek verrezen drie bungalows.

    Een nieuw en veel groter kerkgebouw

    Op 10 april 1964 werd het nieuwe kerkgebouw aan de Wilhelminastraat in gebruik genomen. Dit veel grotere gebouw oogt zakelijk en sober, geheel volgens de architectuurtraditie van die tijd en geheel volgens de aard van het toenmalige Zuidlandse gereformeerde kerkvolk. Architect H. Sutterland uit Rotterdam ontwierp het gebouw.

    Glasfront en ramen

    Zowel het glasfront bij de ingang van de kerk als de ramen zijn ontworpen en gemaakt door W.L. Wagemans uit Rijswijk. In een brief uit het kerkelijk archief van de kunstenaar/glazenier, geschreven aan de toenmalige predikant ds. Baayen in verband met de opening van de kerk, staat de volgende uitleg:

    Glasfront

    Op het glasfront is een symbolische weergave te zien van de Bergrede. De aanwezige schare bij deze Bergrede is te verdelen in twee hoofdgroepen: de ‘geestelijk geïnteresseerden’ en de ‘lichamelijk genezingzoekenden’. Deze twee hoofdgroepen zijn weer ontleed in zeven figuren. Van links naar rechts gaat het om de volgende figuren:

    De eerste groep van drie:
    1. de ‘toevallig voorbijkomende’, die geboeid blijft staan (de vrouw met de mand met vis op haar hoofd);
    2. de ‘aandachtig luisterende’ (de vrouw op het ezeltje);
    3. de ‘in extase instemmende’ (de man met de armen wijd uitgespreid).
    De tweede groep van drie:
    1. de ‘blinde’, die geleid wordt door …
    2. de ‘lamme’
    3. de ‘zieke’, liggend op de grond.

    Tussen beide groepen van drie in is een kind te zien, waar alles aan voorbijgaat en die, zich niet bewust van het gebeuren, probeert het ezeltje te aaien. De groep van zeven figuren heeft de vorm van een driehoek, met één punt gericht naar de Christusfiguur. Hierdoor gaat het oog van de kijker automatisch van ‘de schare’ naar ‘de Christus’. Vice versa, van Hem naar de schare, gaat ook een beweging uit, en wel in de vormen waarmee het water is aangeduid. Aan het einde daarvan is de ‘duif’ te zien, zwevend over de hoofden van de luisterenden, als symbool van de ‘gedachte’ ofwel de ‘boodschap’. Achter de Christusfiguur is de ‘boot’ zichtbaar, waarvan in Marcus 3:9 sprake is. Aan boord een visser, als eventueel toekomstig apostel.

    Appliquéramen

    De vijf appliquéramen in de zijgevel bevatten elk een christelijk symbool, waarmee het leven van Jezus is weergegeven. De tekens zijn, van links naar rechts:

    1. ‘de geboorte’ (met ster)
    2. ‘de doop’ (met duif)
    3. ‘de kruisiging’
    4. ‘de graflegging’
    5. ‘de opstanding’ (met zon en maan)
    6. ‘de alpha en de omega’ (in de tegenoverliggende gevel)

    Glooiende bestrating bij entree

    In de jaren tachtig zijn de trappen bij de toegangsdeuren veranderd in een glooiende bestrating. Ook is er een zaal (‘zaal 5’) bijgebouwd, op de plek van de vroegere binnentuin. Kerk en bijgebouwen zijn via zaal 5 met elkaar verbonden. In 2003 is het liturgisch centrum voor in de kerk vernieuwd. Anouska van den Berg zorgde voor het ontwerp en de vervaardiging.

    Nieuw podium

    In 2010 volgde een complete vernieuwing van het podium. De bankjes voor ouderlingen en diakenen maakten plaats voor een royaal podium, dat veel beter geschikt is voor optredens en uitvoeringen. Ook de traditionele preekstoel, die aan de achterwand ‘hing’, verdween. Voorgangers staan nu op het podium, achter twee stijlvol uitgevoerde tafels. De achterwand zelf is glad gemaakt, zodat tijdens elke dienst of uitvoering een beamerpresentatie mogelijk is. Een groot houten kruis, aan de achterzijde subtiel verlicht, geeft de achterwand extra uitstraling. Bijzonder aan het podium is het dubbele ruimtegebruik: onder de podiumvloer bevindt zich een grote bergruimte.

    Interessante documenten

    Meer informatie over de geschiedenis van de Welkomkerk staat beschreven in onderstaande documenten. Het gaat om een beschrijving van het orgel en om special van kerkblad Kerk-en-Nieuws, uitgebracht ter gelegenheid van het vijftigjarig jubileum van het kerkgebouw.


    Bovenstaand verhaal werd aangeleverd door archivaris Piet Buis. De foto’s zijn afkomstig van mevr. J.E. Quak, de Historische Vereniging Zuytlant en de werkgroep Communicatie.

  • Het begon met Samen op Weg, het mondde uit in Samen Eén. Sinds 2000 gingen de Gereformeerde kerk en de Hervormde Gemeente van Zuidland steeds meer toenadering en samenwerking zoeken. Via de vorming van een federatie leidde dat uiteindelijk tot een echte eenwording.

    Onderdeel van PKN

    Op 1 mei 2004 gingen beide kerkgemeenten deel uitmaken van de Protestantse Kerk in Nederland. Het proces van eenwording ging daarna door. De volgende mijlpaal werd 1 januari 2008 bereikt, toen beide gemeenten een federatie aangingen en de Protestantse Gemeente in wording te Zuidland van start ging.

    Samen op Weg

    Samen op Weg was het verhaal van bondgenoten. De uitdaging was elkaar in geloof en geloofszaken te versterken en aan te vullen. Maar de ambitie ging verder. Er was in beide gemeenten immers zo veel opgebouwd dat het niet zo kon zijn dat de samenwerking vrijblijvend zou blijven.

    Geen verschillen van inzicht meer

    De Samen op Weg-commissie, die het Samen op Weg-proces in Zuidland begeleidde en vorm gaf, was actief van 2000 tot 2004. In die periode bleek dat er inhoudelijk geen verschillen van inzicht over de geloofsbeleving meer bestonden. Veel praktische zaken waren inmiddels ook al geregeld en er werd nauw samengewerkt op tal van terreinen. ‘Echte’ knelpunten waren er dus niet meer. Medio 2004 waren de werkzaamheden van de commissie vrijwel afgerond. Zij heeft toen aan de kerkenraden voorgesteld over te gaan tot een federatie, een vergaande vorm van samenwerking waarbij de twee gemeenten formeel nog wel bestaan, maar in de praktijk alles samen doen. De commissie stelde vervolgens voor een federatieovereenkomst op te stellen.

    Richting een federatie

    Begin 2005 besloten beide kerkenraden deze volgende stap inderdaad te zetten. Om het proces in goede banen te leiden, werd de Samen op Weg-raad (opvolger Samen op Weg-commissie) ingesteld. Deze raad ging formele voorstellen uitwerken. Tevens werd een Samen op Weg-moderamen (de opvolger van de moderaminaplus-vergadering) ingesteld om de besprekingen met de kerkenraden en de kerkgemeenten, en de besluitvorming voor te bereiden.

    Federatieovereenkomst

    De Samen op Weg-raad werkte volgens een gedetailleerd stappenplan uit, waarvan steeds meer onderdelen tot een goede afronding werden gebracht. Beide gemeenten begonnen daarmee aan een nieuwe periode in hun samenwerking. Samen op Weg was de deur open zetten voor de ander, in de overtuiging dat de geloofsgemeenschap met God de basis is voor de toekomst van beide kerken. In dat geloof en vertrouwen zetten de kerken samen de volgende stappen op weg naar de Protestantse Gemeente in wording te Zuidland. Die werd op 1 januari 2008 een feit. Het document dat de grondslag daarvoor vormt, is de zogeheten federatieovereenkomst, die op ruime goedkeuring van beide kerkenraden en gemeenten kon rekenen.

    Echt samen

    Vijf jaar later, op 1 januari 2013, gingen beide gemeenten ook echt samen. Door die eenwording heet de gemeente nu niet meer Protestantse Gemeente in wording te Zuidland, maar gewoon Protestantse Gemeente te Zuidland.

  • Sinds 1574 zijn 57 predikanten verbonden (geweest) aan de Protestantse Gemeente te Zuidland en aan haar voorlopers, de Hervormde Gemeente en de Gereformeerde Kerk. De lijst met predikanten van de Hervormde Gemeente gaat terug tot het eerste begin: 1574. De lijst met predikanten van de Gereformeerde Kerk begint in 1887 met de ‘doleantie’ van de tot dan toe hervormde ds. Bajema.

    Predikanten Hervormde Gemeente

    Aan de Hervormde Gemeente in Zuidland zijn 41 predikanten verbonden geweest sinds Joannis Ossius (Van Os) in 1574 de kansel in Zuidland besteeg. Hieronder het overzicht:

    Naam Van,  komend van: Tot,  vertrokken naar:
    Joannis Ossius (van Os) 1574 1583
    Joannis Tayus (Tajus,Thay) 1583 1591, Brouwershaven
    Henricus Krieckenbeek 1591, Rockanje 1594, overleden
    Petrus Berk 1594, Polsbroek 1595, overleden
    Rudolphus van Uiterwijck 1596, Wijk bij Duurstede 1599, Wons
    Jacobus Florianus 1601, proponent* 1637, overleden
    Johannis Ruijtingius (Ruytinck) 1638, proponent* 1641, Yarmouth (Eng.)
    Jacobus Paludanus 1641, Cillaarshoek 1645, overleden
    Cornelius Bruynvisch 1645, proponent* 1650, Zierikzee
    Samuel Scherphoff 1650, proponent* 1669, Tiel
    Petrus van Couwenhoven Swalmius 1670, Nieuw-Helvoet 1670, Maastricht
    Carolus Bokelmannus (Boekelmans) 1671, Hekelingen 1678, Vlaardingen
    Petrus Verstraten 1679, Nieuwe Tonge 1715, emeritus
    Hermanus van den Berg 1715, Koog a/d Zaan 1716, Bergschenhoek
    Franko de Bruyn Florsil 1717, Kedichem 1723, Deventer
    dr. Adrianus Ham 1723, Dirksland 1725, Westzaan
    Georgius Sohnius 1725, proponent* 1731, Zevenhuizen
    Carolus Tibout 1732, proponent* 1737, Nieuwendam
    Thomas van Adrichem 1738, Pernis 1741, Zaandam
    Johannis van Alphen 1741, Molenaarsgraaf 1749, ‘s-Hertogenbosch
    Johannis van der Zaag 1749, Zevenhoven 1788, emeritaat
    Johannes Adrianus du Bois 1788, Den Bommel 1815, emeritaat
    Cornelis Gutteling 1815, OoItgensplaat 1825, ‘s-Grevelduin-Capelle
    Jacobus Versprille 1826, St. Annaland 1835, overleden
    Eduard Jacob van Spankeren 1837, Maartensdijk 1882, emeritaat
    Willem de Lange 1883, Goedereede 1884, Bruchem
    Jacob Jans Bajema 1886, Ermelo 1887, naar dolerende gemeente overgegaan
    vacature 1887 1890
    Johannes Willem de Vries 1890, Geervliet 1894, Wijdenes
    Cornelis Jacobus Boers 1896, Hempens 1910, emeritaat
    Bernard Cornelis Koolhaas 1911, Genderen 1918, Nijkerkerveen
    Philippus Peter 1918, Sirjansland 1921, Warns
    Lodewijk H. B. E. Dierkens 1922, Besoyen 1941, emeritaat
    Christiaan Jacobus v.d. Sluys 1942, kandidaat 1948, Overschie
    Jacobus Mortier 1948, Kruiningen 1953, Almkerk
    Jacob Leendert Maris 1954, kandidaat 1971, emeritaat
    dr. Gerrit H. v.d. Graaf 1972, kandidaat 1979, Vlaardingen
    Cornelis Koopmans 1982, kandidaat 1986, ontheven
    Jan Willem Slok 1989, kandidaat 1994, Harkema
    Geert Jan Robbemond 1995, Baarn 2001, Nieuwerkerk a/d IJssel
    Abraham Jochem de Kieviet 2002, Numansdorp 2007, Overberg
    Willem Hendrik Hendriks-Vogelaar 2008, kandidaat 2013, Mijnsheerenland

    Predikanten Gereformeerde Kerk

    Aan de Gereformeerde Kerk in Zuidland zijn sinds 1887 zestien predikanten verbonden geweest, waarvan de eerste (ds. J.J. Bajema) overkwam van de Hervormde Gemeente:

    Naam Van Tot
    Ds. J.J. Bajema 14 februari 1887 30 september 1888
    Ds. Z. Hoek 3 maart 1893 29 juli 1897
    Dr. H.A. van Andel 1 mei 1900 31 januari 1908
    Ds. C.W.J. van Lummel 10 augustus 1909 1 maart 1933
    Ds. P. Robbers 18 februari 1934 30 april 1946
    Ds. C. van Breugel 2 juni 1946 20 april 1949
    Ds. H. Scholing 10 december 1949 24 januari 1960
    Ds. A.G. Baayen 16 oktober 1960 10 juli 1966
    Ds. Y. Stienstra 20 augustus 1967 23 februari 1972
    Drs. A.J. de Bakker 11 december 1966 31 december 1981
    Ds. H. J. van Dalen 4 augustus 1974 31 oktober 1989
    Ds. H. Vollmuller 8 januari 1984 1 juni 1996
    Ds. I.J. Bijlsma 1 augustus 1990 1 december 2009
    Ds. A. Ferwerda 6 oktober 1996 25 augustus 2002
    Ds. D. Ferwerda-Arends 1 september 1999 25 augustus 2002
    Ds. J. Schep 31 augustus 2003 heden

    Predikanten Protestantse Gemeente

    Dominee Auke Hamstra is de eerste predikant die vanaf het begin van zijn ambtstermijn aan de Protestantse Gemeente te Zuidland verbonden is. Hij heeft dus geen verleden in een van de Zuidlandse kerkgemeenten:

    Naam Van Tot
    Ds. A. Hamstra 22 maart 2015 heden

     

    Overzicht voorgangers in de Dorpskerk sinds 1472

    Archivaris Bas Molengraaf heeft van alle voorgangers in de Dorpskerk de levenslopen op een rijtje gezet. Een zeer lezenswaardig boekje, waarin behalve de levens van de predikanten ook die van de laatste rooms-katholieke geestelijken (vanaf 1472) worden beschreven.

     

    Eeuwenoud boekje

    Een van de eerste predikanten, Samuel Scherphof, schreef in 1667, in zijn Zuidlandse periode, een boekje. Een herdruk ervan is hieronder te lezen:

    * Een proponent is een pas afgestudeerd theoloog, die als dominee beroepbaar is.