Geschiedenis Welkomkerk (Gereformeerde kerk)

Op 14 februari 1887 ontstond de Gereformeerde Kerk van Zuidland, onder leiding van ds. J.J. Bajema. De kerkenraad besloot op die datum tot ‘afwerping van het Synodale juk en tot het handhaven van de kerkenordening van 1618/1619 in plaats van de Reglementen van 1816’. Het overgrote deel van de gemeenteleden stemde in met het besluit van de kerkenraad.

Diensten in de school

Dit besluit leidde tot een felle strijd om het gebruik van de kerk. De strijd werd uiteindelijk voor de rechtbank gestreden en gewonnen door het deel van de gemeenteleden dat niet mee wilde gaan met de ‘Doleantie’. Het gevolg was dat de dolerenden zelf moesten zorgen voor een eigen kerkgebouw. Aanvankelijk kerkten de gereformeerden in de christelijke school, die toen in het pand van Café Velgersdijk aan de Ring was gevestigd.

Nieuw kerkgebouw

Op 11 april 1889 vond de aanbesteding voor het nieuwe kerkgebouw plaats. De laagste inschrijving bedroeg 6.394 gulden. Voor dit bedrag werd het werk gegund aan de volgende aannemers:

  • J. Oprel Jz., metselaar;
  • A. Quak, D. v.d. Bie en J. van Sintmaartensdijk, timmerlieden;
  • A. Kans, smidswerk;
  • J. van Trigt, verfwerk.

Financiering

Het geld voor de bouw werd gevonden door het plaatsen van zeventig aandelen van 100 gulden, tegen een rente van vier procent. Het terrein, ‘gelegen langs den Dorpsstraat en de Huisarmenboomgaard-wetering’, werd welwillend afgestaan door L. de Hoog Mzn. Van dit terrein, ook wel ‘de Oude Werf langs de straat De Barakken’ genoemd, kon ‘in alle opzichten prachtig gelegen’ worden genoemd. Op een stuk grond naast het terrein van de kerk stond de grote vlasschuur van L. de Hoog Mzn., ongeveer op de plaats waar later het Verenigingsgebouw stond. Op 24 mei 1889 werd de eerste steen gelegd en met de bouw begonnen. Voordat de kerk klaar was, hebben de dolerenden elf weken van de vlasschuur gebruik gemaakt.

Eigen stoelen mee

Op 28 juli 1889 werd het nieuwe kerkgebouw in gebruik genomen. Banken stonden er nog niet in, ieder moest zijn eigen stoel meebrengen. De kerk werd definitief in gebruik genomen op 18 oktober 1889.

De ‘oude’ pastorie

De dolerenden hadden niet alleen een kerk nodig, maar ook een pastorie. In de beginjaren werd van Maria van der Meer-Huizer aan de Steenenweg (Raadhuisstraat) een woning voor dat doel gehuurd. De huur liep tot 1 mei 1892 en dus moest er een andere oplossing komen. Op 15 december 1892 vond de aanbesteding plaats van een nieuwe pastorie. Deze werd tegen de kerk aangebouwd. De inschrijving was als volgt:

  • Metselwerk door gebroeders Velthuizen voor 2.400 gulden;
  • Timmerwerk door D. v.d. Bie voor 1.984 gulden;
  • Schilderwerk door J. van Trigt voor 368 gulden;
  • Loodgieterswerk door J. Blanc voor 170 gulden;
  • Smidswerk door A. Kans voor 95 gulden;

Het totaalbedrag kwam daarmee op 5.017 gulden. Architect en opzichter was W. van Driel Hzn.
De pastorie werd gefinancierd door het vergroten van het aandelenpakket van zeventig naar 85 aandelen van 100 gulden, met daarnaast een hypotheek van 2.000 gulden (rente: vier procent).

Uitbreiding nodig

De kerk groeide in ledental en daardoor werd het kerkgebouw te klein. Door middel van het bijbouwen van galerijen werd het ruimteprobleem opgelost. Ook na de Tweede Wereldoorlog werd er nog een galerij bijgebouwd. En vóór de oorlog, in 1928, was het kerkgebouw ook al vergroot, met ongeveer 100 zitplaatsen en een afzonderlijke kerkenraadskamer. Uiteindelijk was het allemaal niet genoeg. Er moest een nieuwe kerk komen. En die kwam er. Na de ingebruikname daarvan werden het oude gebouw en de pastorie aan de Verlorenkost gesloopt. Dat gebeurde in 1966. Op die plek verrezen drie bungalows.

Een nieuw en veel groter kerkgebouw

Op 10 april 1964 werd het nieuwe kerkgebouw aan de Wilhelminastraat in gebruik genomen. Dit veel grotere gebouw oogt zakelijk en sober, geheel volgens de architectuurtraditie van die tijd en geheel volgens de aard van het toenmalige Zuidlandse gereformeerde kerkvolk. Architect H. Sutterland uit Rotterdam ontwierp het gebouw.

Glasfront en ramen

Zowel het glasfront bij de ingang van de kerk als de ramen zijn ontworpen en gemaakt door W.L. Wagemans uit Rijswijk. In een brief uit het kerkelijk archief van de kunstenaar/glazenier, geschreven aan de toenmalige predikant ds. Baayen in verband met de opening van de kerk, staat de volgende uitleg:

Glasfront

Op het glasfront is een symbolische weergave te zien van de Bergrede. De aanwezige schare bij deze Bergrede is te verdelen in twee hoofdgroepen: de ‘geestelijk geïnteresseerden’ en de ‘lichamelijk genezingzoekenden’. Deze twee hoofdgroepen zijn weer ontleed in zeven figuren. Van links naar rechts gaat het om de volgende figuren:

De eerste groep van drie:
  1. de ‘toevallig voorbijkomende’, die geboeid blijft staan (de vrouw met de mand met vis op haar hoofd);
  2. de ‘aandachtig luisterende’ (de vrouw op het ezeltje);
  3. de ‘in extase instemmende’ (de man met de armen wijd uitgespreid).
De tweede groep van drie:
  1. de ‘blinde’, die geleid wordt door …
  2. de ‘lamme’
  3. de ‘zieke’, liggend op de grond.

Tussen beide groepen van drie in is een kind te zien, waar alles aan voorbijgaat en die, zich niet bewust van het gebeuren, probeert het ezeltje te aaien. De groep van zeven figuren heeft de vorm van een driehoek, met één punt gericht naar de Christusfiguur. Hierdoor gaat het oog van de kijker automatisch van ‘de schare’ naar ‘de Christus’. Vice versa, van Hem naar de schare, gaat ook een beweging uit, en wel in de vormen waarmee het water is aangeduid. Aan het einde daarvan is de ‘duif’ te zien, zwevend over de hoofden van de luisterenden, als symbool van de ‘gedachte’ ofwel de ‘boodschap’. Achter de Christusfiguur is de ‘boot’ zichtbaar, waarvan in Marcus 3:9 sprake is. Aan boord een visser, als eventueel toekomstig apostel.

Appliquéramen

De vijf appliquéramen in de zijgevel bevatten elk een christelijk symbool, waarmee het leven van Jezus is weergegeven. De tekens zijn, van links naar rechts:

  1. ‘de geboorte’ (met ster)
  2. ‘de doop’ (met duif)
  3. ‘de kruisiging’
  4. ‘de graflegging’
  5. ‘de opstanding’ (met zon en maan)
  6. ‘de alpha en de omega’ (in de tegenoverliggende gevel)

Glooiende bestrating bij entree

In de jaren tachtig zijn de trappen bij de toegangsdeuren veranderd in een glooiende bestrating. Ook is er een zaal (‘zaal 5’) bijgebouwd, op de plek van de vroegere binnentuin. Kerk en bijgebouwen zijn via zaal 5 met elkaar verbonden. In 2003 is het liturgisch centrum voor in de kerk vernieuwd. Anouska van den Berg zorgde voor het ontwerp en de vervaardiging.

Nieuw podium

In 2010 volgde een complete vernieuwing van het podium. De bankjes voor ouderlingen en diakenen maakten plaats voor een royaal podium, dat veel beter geschikt is voor optredens en uitvoeringen. Ook de traditionele preekstoel, die aan de achterwand ‘hing’, verdween. Voorgangers staan nu op het podium, achter twee stijlvol uitgevoerde tafels. De achterwand zelf is glad gemaakt, zodat tijdens elke dienst of uitvoering een beamerpresentatie mogelijk is. Een groot houten kruis, aan de achterzijde subtiel verlicht, geeft de achterwand extra uitstraling. Bijzonder aan het podium is het dubbele ruimtegebruik: onder de podiumvloer bevindt zich een grote bergruimte.

Interessante documenten

Meer informatie over de geschiedenis van de Welkomkerk staat beschreven in onderstaande documenten. Het gaat om een beschrijving van het orgel en om special van kerkblad Kerk-en-Nieuws, uitgebracht ter gelegenheid van het vijftigjarig jubileum van het kerkgebouw.


Bovenstaand verhaal werd aangeleverd door archivaris Piet Buis. De foto’s zijn afkomstig van mevr. J.E. Quak, de Historische Vereniging Zuytlant en de werkgroep Communicatie.